Granny squares

Als ik aan granny squares dacht, dan dacht ik aan vrolijk gekleurde vierkantjes met een telkens wisselende kleur. Kortom veel draadjes om af te hechten. En ik dacht altijd aan mijn moeder. Die had het leuke plan bedacht om een grote sprei te haken en daarvoor moest ze meer dan 300! granny squares haken die vier kleuren hadden. Dus kun je nagaan, veel draadjes om af te hechten. No way dat ik ze ging haken.

Maar toen had ik ineens een geniaal idee en bedacht ik een deken met effen gekleurde granny squares. Dus ook ik ben het gaan leren te maken.

DSC01825 ecd

In een kleur vind ik ze toch wel leuk, minder ‘truttig’ en ‘popperig’.  Wil je ze ook maken? Ik volg het patroon van Blij met Draadjes alleen kwam ik er niet helemaal uit. Na tijden prutsen en wat hulp van de haakdames van de brei- en haakclub haak ik de granny’s op onderstaande manier.

Ik moet nog 100 granny’s en dan ben ik klaar om alles in elkaar te zetten en dan laat ik je het resultaat zien!

Ik haak dit project met haaknaald 5,5 en garen Lisa (Acryl) van de Action. In dat geval wordt je vierkantje 10 x 10 cm groot.

R1: Haak een ketting van vijf lossen. Sluit de ring met een halve vaste in de eerste steek.

R2: Haak drie lossen. En dan haak je in de ring twee stokjes. Vervolgens haak je:
Drie lossen.
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Twee lossen. Met een halve vaste in de eerste steek sluit je deze toer.
Je hebt nu vier blokjes met stokjes met daar tussenin telkens een gat van drie lossen.

We haken nu telkens clusters in deze ‘gaten’. Dit doe je op de volgende manier.

R3: Haak drie lossen. Daarna haak je in het gat rechts van je naald: twee stokjes, drie lossen en drie stokjes.
Vervolgens haak je een losse. In het volgende gat haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Ook in het volgende gat haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
In het laatste gat haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Met een halve vaste sluit je deze toer weer in het eerste stokje.

Je hebt nu een vierkantje met ‘gaten’ tussen de clusters met stokjes. Een nieuwe toer begin je telkens met drie lossen, deze telt als een stokje. In de hoek gaten haak je telkens:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.

In de andere ‘gaten’ haak je telkens drie stokjes. Tussen deze clusters met stokjes zit telkens maar 1 losse. Alleen in de hoeken doe je drie lossen, omdat hier in de volgende toer veel stokjes in moeten, dat wordt dan namelijk weer een hoek.

Ronde 4 en 5 schrijf ik hieronder uit zodat bovenstaande duidelijk wordt.

R4: Haak drie lossen. Dan haak je in het gat rechts van je naald twee stokjes. Haak een losse. In het hoek gat haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
In het gat wat je dan tegenkomt (dit is geen hoek!) haak je:
Drie stokjes en een losse.
Het volgende gat is weer een hoek. Dus haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Het volgende gat is weer een tussenin gat dus haak je:
Drie stokjes en een losse.
Het volgende gat is weer een hoek dus haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Het volgende gat is weer een tussenin gat dus haak je:
Drie stokjes en een losse.
Het laatste gat is weer een hoek dus haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Met een halve vaste in het eerste stokje van het eerste cluster sluit je deze toer weer.

Ronde 5 gaat op dezelfde manier als ronde vier. Bij elke ronde die je doet komt er op elke kant van je vierkant er een gat bij.

Hieronder de beschrijving van ronde 5.

R5: Haak drie lossen. In het gat rechts van je naald haak je twee stokjes en een losse.
Het volgende gat is een tussenin gat. Hierin haak je:
Drie stokjes en een losse.
Het volgende gat is weer een hoek, dus haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Het volgende gat is een tussenin gat, dus haak je hierin:
Drie stokjes en een losse.
Ook het volgende gat is een tussenin gat, dus haak je hierin:
Drie stokjes en een losse.
Het volgende gat is een hoekgat, hierin haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Het volgende gat is een tussenin gat, dus haak je hierin:
Drie stokjes en een losse.
Ook het volgende gat is een tussenin gat, dus haak je hierin:
Drie stokjes en een losse.
Het volgende gat is een hoekgat, hierin haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Het volgende gat is een tussenin gat, dus haak je hierin:
Drie stokjes en een losse.
Ook het volgende gat is een tussenin gat, dus haak je hierin:
Drie stokjes en een losse.
Het volgende gat is een hoekgat, hierin haak je:
Drie stokjes.
Drie lossen.
Drie stokjes.
Een losse.
Sluit deze toer met een halve vaste in het eerste stokje. Hecht de draad af en werk het draadje weg.

Je hebt nu een vierkantje gehaakt van ongeveer 10 bij 10 cm. Je kunt het vierkantje ook groter maken door telkens meer rijen te haken.

Advertisements

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s